Een brug dichtbij

Beeldende kunst | Onderbouw

eerst samen bruggen bekijken

Op deze website vind je veel foto’s van de bruggen in Nijmegen. Samen naar de bruggen te kijken is een mooie manier om in het thema te komen. Bespreek hardop wat de verschillen en overeenkomsten zijn. Welke vinden ze mooi of lelijk en waarom?

fantaseren over bruggen

Vraag de kinderen om hun ogen te sluiten en na te denken over een brug die nog niet bestaat. Vraag eerst welke kleur of kleuren er in hun opkomen als ze denken aan een brug. Zijn het warme of koude kleuren? Fel of dof? Licht of donker? Stel al deze vragen langzaam en laat ze knikken als ze hebben gekozen. Vraag nu naar de vorm. Is ze hol of bol? Hoekig of rond? Of allebei? Strak, of warrig? Misschien wel bewegelijk? Hoog of laag? Smal of breed? Druk of rustig? Vraag ze om te knikken als ze ook hier een keuze in hebben gemaakt. Vraag tot slot, of ze nu de brug ongeveer voor zich kunnen zien. Zo ja, kan er worden begonnen. Je hebt de kinderen laten stilstaan bij de verschillende keuzes in het maakproces.

lekker aan de slag

Geef iedereen hetzelfde materiaal. Dit schept een kader en helpt om te beginnen. Kies je materiaal bewust. Elk materiaal heeft een bepaald appèl. Een potlood nodigt uit in lijnen te werken, verf of vetkrijt leent zich meer voor het werken in vlakken. Een groot vel nodigt uit om grote bewegingen te maken.

geen stukje papier is nog leeg

Er zijn materialen met meer of minder structuur. Structuur kan overigens van tevoren, of achteraf worden toegevoegd. Sommige materialen geven meer ruimte aan het toeval (denk maar aan het spetteren met ecoline op een nat vel), andere materialen zijn meer beheersbaar. Voor deze opdracht zou ik kiezen voor vetkrijt of uitveegbaar krijt en A3-papier. Vraag de kinderen om straks het hele vel te vullen. Dit is het kader en zorgt voor een volledig werkstuk. Bovendien helpt het de kinderen in beweging te brengen, want je hebt natuurlijk niet eeuwig de tijd om het vel te vullen.

het is niet alleen maar mooi

Je laat ze ook serieus nemen wat er uit hun handen is gekomen. Kinderen antwoorden vaak: “mooi” als ze feedback moeten geven op elkaars werk. Er bestaat echter ook een manier waarbij er meer en diepergaand gereflecteerd wordt, en dit op een veilige manier. Kinderen ontdekken in het werk van de ander meestal ook iets dat voor henzelf geldt. Het kan daarom ook nog eens verbindend werken. Hoe je dat doet?

eerlijk reflecteren

Haal de krijtjes weg, zodat nu alleen de werkstukken zelf nog op tafel liggen. Leg naast elk werkstuk een vel papier en een pen. Laat de kinderen een plek opschuiven en kijken naar de brug van hun buur. Op het vel dat ernaast klaarligt, schrijven ze wat hun opvalt. Bijvoorbeeld in de vormgeving. Vragen opschrijven of een compliment geven mag ook. Het is ook prima, om gewoon wat losse woordjes die in hen opkomen te noteren. Nadat ze hebben geschreven, wordt het vel naar achter gevouwen, zodat de volgende die er gaat zitten niet beïnvloed wordt door wat diens voorganger heeft geschreven. Ga zo door, totdat iedereen naar alles heeft gekeken en overal iets heeft opgeschreven. Uiteindelijk zit elk kind weer bij zijn eigen brug. Het mag nu het eigen blaadje openvouwen en lezen. Je kunt eraan toevoegen, dat de kinderen hun eigen blaadje voorlezen. Zo kan er ook een gesprekje ontstaan. Vragen kunnen bv zijn:  in welk commentaar herken je jezelf? Of: wat zou je zelf over je werk willen zeggen?

doe je zelf ook mee

Het kan leuk zijn, als je als leraar met de kinderen mee gaat doen. Overweeg eens, om er gewoon tussen te gaan zitten en dezelfde opdracht te doen. Het kan onder het werken heel aangenaam zijn als er niemand over je schouder kijkt….

Over de docent

Omdat Vivika altijd nieuwsgierig is geweest naar alle vormen van kunst en in mensen en wat hen beweegt, werkt zij sinds 2003 als creatief therapeut en kunstdocent. Ze heeft daarvoor door heel Nederland de meest uiteenlopende kunstactivteiten uitgevoerd met vluchtelingen, daklozen, leerlingen van alle leeftijden en natuurlijk haar eigen kroost.